Algemeen
Een eerstegraads vergelijking wordt vaak weergeven als: 
Dit is dus een lineaire functie. Hierbij geef A aan hoe snel de lijn stijgt, oftewijl de richtingscoëfficient. B geeft aan waar de lijn de y-as snijd.
Een voorbeeld van een functie: 
De functie ziet er als volgt uit in een grafiek:

Hierbij is te zien dat het vertrekpunt op de y-as 3 is. Vervolgens kan ook de richtingscoëfficient worden berekend. In de grafiek is te zien dat als je 2 naar rechts gaat op de x-as, de lijn vervolgens met 12 omhoog gaat. De richtingscoëfficient kan dan als volgt worden berekend:

Twee vergelijkingen met twee onbekenden
Om twee onbekenden op te lossen van twee vergelijkingen kun je twee methoden toepassen. De eliminatiemethode en de substitutiemethode. Zelf geef ik de voorkeur aan de eliminatiemethode en daarom wordt deze uitgelegd op de volgende twee vergelijkingen:

Eliminatiemethode:
De naam zegt het al, van beide vergelijkingen elimineer je één van de variabelen. Het makkelijkste is om de vergelijkingen onder elkaar te zetten. Vervolgens elimineer je de x of de y door de vergelijking te vermigvuldigen. Hier doe ik dat met de x. Ik vermenigvuldig de onderste vergelijking met 2 zodat beide x-waarden gelijk zijn. Nu kunnen de x variabelen weggestreept worden en kan er een enkele vergelijking van gemaakt worden door de vergelijkingen van elkaar af te trekken. Vervolgens dient de vergelijking alleen nog opgelost te worden:

Nu bekend is dat y een waarde heeft van 2, kan x worden berekent door de formule in t vullen. Hieruit volgt: x= 3,667
Het snijpunt van deze twee vergelijkingen is dan dus: (3,667 ; 2) |